|
|
Wijnavonturen

|
|
Er was
een moment in mijn leven, waarop ik meende dat het paradijs
op aarde zich bevond onder de kurk van een fles Château d'Yquem 1961. Dat was,
geloof ik, in 1989. Niet een moment dat zulke flessen volop
in de winkel liggen. Nu had ik in Hugh Johnson's Standaardwerk
van de Wijnen van de Wereld ergens gelezen
dat ene Hans Jorissen uit Leiden hét adres zou zijn
voor "tweedehands" wijnen en dus wellicht ook
voor oude jaargangen Yquem. Via allerlei omwegen was ik
aan zijn telefoonnummer gekomen en ik belde hem meteen op.
De man die opnam stelde zich voor als "Hans
Jorissen Wijnavonturen", althans zo verstond
ik het. Naderhand bleek het te gaan om "Hans Jorissen
Wijnagenturen", maar waar het mij om
ging was wel degelijk een wijnavontuur.
Of het er nog van gekomen is, die Yquem 1961? Neen. Die
ging mijn koopkracht verre te boven. Het werd uiteindelijk
een 1981-er; "kindermoord" sprak de man die 'm
mij verkocht smalend....
Vele jaren later heb ik het genoegen gehad een fles Château
d'Yquem 1961 met eigen ogen te mogen zien en zelfs aan te
raken. Hij stond -heel decoratief- op de schoorsteenmantel
bij een welgestelde dame die in dat jaar geboren was, als
dochter van een wijnliefhebber. De beste man heeft het,
geloof ik, niet hoeven meemaken dat die fles daar stond,
rechtop, tot tweederde ingedroogd en zo bruin als pruimenjam. |
|
Maar waar het paradijs op
aarde wél lag, tenminste één avond lang, daar heeft
diezelfde Hugh Johnson ons heen geleid. Op een zonnige middag in oktober
kroop onze HY traag over een smalle bergweg naar de
plek, hoog in de Spaanse Pyreneëen, waar het dorpje Scala
Dei ligt. Bij een oude dame met een takje munt tussen haar borsten
kochten we een doosje Priorato en zochten een plekje om
te kamperen. Niet ver van het dorp vonden we een plat stukje grond naast
de weg, vanwaar we over zeven bergketens uitkeken naar het westen, waar
net de zon onderging. Het rook er naar wilde munt en tijm en alleen
een doodenkele hommel verbrak zo nu en dan de volmaakte stilte. Eten
hadden we bijna niet; alleen wat brood en een stukje llomo.
En daarbij maakten wij de eerste fles Priorato open.
Diep, donker, krachtig; in de smaak iets van bramen; een alcoholgehalte
van 14,5%. Allemaal waar, maar het voornaamste, waar Hugh Johnson niet
over schreef, is moeilijk onder woorden te brengen. Laat ik er dit over
zeggen: toen de fles half leeg was, had ik het gevoel dat we op die
plek de hemel zozeer nabij waren, dat een laddertje tegen de wolken
zou volstaan om er binnen te gaan. Ik vroeg Alexandra om de kurk terug
op de fles te doen. Eén druppel meer had de betovering kunnen
verbreken....

Een paar jaar later waren
we weer in de buurt. Dit keer om nog eens te leren dat je nooit moet
proberen de gelukkigste momenten van je leven te herhalen. Men was bezig
een snelweg langs het dorpje aan te leggen. De oude dame was er nog
wel, maar de 1976-er Priorato was op. Zij wees ons met onverholen trots
het nieuwe paradepaard: daar was behalve de traditionele garnacha en
cariñena 30% cabernet sauvignon in verwerkt.
|
|
Schrik
niet (of wel, van mijn part), als ik zeg dat mijn passie
voor wijn soms bijna religieuze trekken krijgt. Ik herinner
me dat ik ooit het glas heb geheven en -in een poging mijn
godsdienstig patrimonium tot een vorm te transformeren,
die beter bij mij zou passen- de volgende woorden sprak:
"Au nom de la Vigne, du Vin et de la Sainte Bouteille,
amen." Blasphemie? Wellicht; ik weet het niet.
Wat ik wel weet, is dat ik jaren later eens in een kerk
terecht kwam, die een volmaakte belichaming was van deze
spiritualiteit. Dat was in de Languedoc, op een dromerige
middag in october. De vendanges waren voorbij, het was zo
stil in de wijnvelden dat je de jonge wijn in de kelders
bijna kon horen gisten. Hoe we er terecht kwamen, ben ik
uiteraard vergeten, maar ik was opeens klaarwakker en heel
sterk aanwezig in de oude kerk van de Abbaye
de Valmagne. Het was koel en stil tussen de dikke
muren. Alle beelden en schilderingen waren verdwenen, ten
prooi gevallen aan de Franse Revolutie. De ruimte had een
zeer practische bestemming gekregen, die mij echter met
een overweldigend gevoel van religieuze 'thuiskomst' vervulde:
in elke zijkapel had het altaar plaats gemaakt voor een
enorm eikenhouten wijnvat van 50 hectoliter, waarin de wijn
van de streek zijn eerste levensjaar mocht doorbrengen. |
|
| Toen
ik, zo'n 25 jaar geleden, de Griekse en Latijnse Taal en Cultuur
bestudeerde, was mijn historische interesse groter dan mijn litteraire
of taalkundige. En bovendien won mijn belangstelling voor de geuren,
kleuren en smaken van het dagelijks leven het van die voor de
grootsheid van het politieke bestel van de Romeinen. Zo groeide
in mij het verlangen om het leven in die tijd nader te komen door
de authentieke geur en smaak van wat men toen at in mijn keuken
tot leven te wekken. Iemand anders heeft dat met de wijn der Romeinen
gedaan. Het resultaat is jaarlijks te koop bij Mas des
Tourelles in de Provence.
|
|
|
|
| Misschien wel
ons wonderlijkste wijnavontuur begon toen ik op een middag
binnenstapte bij een wijnhandel waar ik vaker kwam om een
praatje te maken. De man daar beweerde altijd dat hij een
liefhebber van Bourgogne in één oogopslag
kon onderscheiden van een Bordeaux-drinker: zij verschillen
van lichaamsbouw op een manier die weerspiegeld wordt door
het verschil in ontwerp van de flessen waarin voornoemde
wijnen traditioneel worden gebotteld.
Die middag stonden er op zijn toonbank een tiental stoffige
flessen met wijnen van hoge tot zeer hoge komaf, allemaal
uit het legendarische jaar 1947. Terwijl hij de Bourgognes
apart zette om ze tegen mijn begerige blikken te beschermen,
vertelde hij me hoe er zoeven een sjofel geklede jongeman
met een doos onder zijn arm was langsgeweest, die hem deze
"erfenis van zijn opa" te koop had aangeboden
tegen een voor kenners buitensporig lage prijs. En dat hij
de Clos de Vougeot onmiddellijk voor zichzelf
had gereserveerd. Ik vroeg of hij de andere wel wilde verkopen
en schoof een Sauternes (Château Bastor Lamontagne)
en een Château Pétrus naar mijn
kant van de toonbank. Even later was ik voor Hfl. 250,-
armer en twee bijzondere flessen rijker. Voor de Pétrus
had hij maar honderd gulden durven vragen, omdat de fles
geen jaartal droeg: het was een botteling van een wijnhandel
te Brussel. Dat kon toen nog.
We hebben beide wijnen met zeer veel genoegen gedeeld met
mijn broer Wim en zijn vriendin Bas. Het leverde ons een
levenslange voorliefde voor Château Bastor Lamontagne
op en over het jaartal van de fles Pétrus had ik
geen reden tot twijfel toen ik mijn eigen bevindingen vergeleek
met die van Michael Broadbent: |
|
"De
jaren '45, '47 en '49 waren schitterende jaren voor de Pomerols
en Château Pétrus 1947 is waarschijnlijk de top.
Tweemaal geproefd; de eerste keer een château-botteling:
ongelooflijk diep van kleur, bijna ondoorzichtig, geheel rijp,
met een bruin tintje; het zware 'verbrande' boeket van een hete
oogst, klassiek met een indrukwekkende rijpheid. Evenals de Cheval
Blanc lichtelijk zoet, vrij vol, rijk, rond, maar met een opmerkelijker,
en in dit geval welkom zuurtje in de smaak. Een betoverende wijn." (Notitie uit 1971; wij dronken hem 20 jaar
later) |
|

"La Garrigue"
|
Tot
slot het meest romantische. Het is oktober in Tuchan en de vendanges zijn net voorbij.
Onze laatste vendanges, want Alexandra is op dat moment zwanger
van "Broosje".Volgens onze traditie kamperen we de laatste
nacht bovenop de "garrigue", vanwaar we het hele dal
en de ganse sterrenhemel kunnen overzien. We weten dat Robert
en Mieke daar een grote wijngaard hebben, met helemaal onderaan
een hoekje zeer oude wijnstokken -"uniquement de la grenache"-,
dat zij niet de moeite van het plukken waard hadden geacht.
Op die laatste ochtend, de dauw is nog maar net van het veld,
plukken wij als ouderwetse "glaneurs" de laatste gave
trossen van de wijngaard, die het volgend jaar gerooid zal worden.
De oogst leggen we zorgvuldig in kistjes en laden haar in het
karretje achter de HY. Onderweg hebben
we druif voor druif alleen de gaafste uitgezocht en laten vergisten
tot een wijn, die we willen bewaren om te schenken op de dag dat
Roos
meederjarig zal worden.
Of die wijn dat zal halen, achttien jaar? Ik twijfel er niet aan,
zeker niet nadat we op Roos' tiende verjaardag één
van de flessen hebben geopend om te proeven. In kracht en zuiverheid
deed hij zeker niet onder voor een Château
de Nouvelles en zijn jaargenoten van de Vignerons
du Mont Tauch heeft hij reeds ver achter zich gelaten. |
|