liefde

Liefde....

 

Paradoxaal, eigenlijk: wat mij het diepst raakt, ligt hier het meest aan de oppervlakte, als een ordinaire graffitti op een hekpaal.

Wat moet dat worden? Ik weet het zelf nog niet eens...

Ach nee, ik weet het best; alleen, hoe speel ik dat klaar: een hommage aan de vrouw die mij al 20 jaar weet te boeien?


 

 

Laat ik beginnen met een citaat; dat doe ik toch al graag en soms helpt het nog ook. Ongeveer zoals een vioolsleutel en een paar mollen of kruisen aan het begin van een muziekstuk helpen om de toon te zetten voor wat er volgt.

 

"He had a word, too. Love, he called it. But I had been used to words for a long time. I knew that that word was like the others: just a shape to fill a lack; that when the right time came, you wouldn't need a word for that any more than for pride or fear.Cash did not need to say it to me nor I to him, and I would say, Let Anse use it, if he wants to. So that it was Anse or love; love or Anse: it didn't matter."

(Uit: William Faulkner, As I Lay Dying)

 

Hierin herken ik onmiddellijk iets van Alex' houding tegenover iemand die tegen haar het trotse hoge woord van liefde durft te spreken. Zijzelf is iemand van weinig woorden (les extrêmes se touchent?) en eerlijk tot op het bot. En soms zet zij ook daar nog haar tanden in om te zien of het allemaal wel echt is. Toen ik haar nog maar net kende, bestond ik het om haar 'godinnetje' te noemen: niet echt de manier om Alex voor je te winnen....
Nee, als ik Alexandra en onze liefde recht wil doen, kan ik beter niet met een zoetsappig, geromantiseerd verhaaltje aankomen, in de trant van "over de liefde niets dan goeds". Liefde is niet altijd 'leuk' -in elk geval de onze niet- en laten we dus ook vooral niet net doen alsof.
De Oude Grieken zeiden het al: liefde is een
glukupikron, bitter en zoet tegelijk. Nog veel meer, als je het mij vraagt. Bijtend zout, maar gelukkig nooit zuur. Heerlijk rins, maar nimmer ranzig. Wrang op z'n tijd, maar wee, nee. Zo voelde het al toen alles nog maar net was begonnen en haar schroom om zich te binden mijn nogal gewonde behoefte aan zekerheid raakte.
En ja, zo is Alex ook: zij belóóft geen trouw, maar ís het wel. Veel later, toen ze dat eindelijk durfde, bekende zij, dat er voor haar nooit twijfel over heeft bestaan dat ik tussen nu en de dood voor haar de enige zou zijn.

Toch hebben wij ooit een tijd gekend, waarin we onszelf en elkaar zozeer in de weg zaten, dat we meenden niet meer met elkaar verder te kunnen. We zullen het er nooit over eens worden hoe lang dat intermezzo heeft geduurd, maar het heeft er alleen maar toe geleid dat we erachter kwamen hoe dan ook niet zonder elkaar te kunnen.

Toen we elkaar jaren later op de gebruikelijke wijze trouw beloofden, was dat dan ook allang niet meer nodig, wat ons betreft. Het ging boven alles om het feest, dat we er van gemaakt hebben met al die mensen van wie we hielden en een beetje om daarna van alle bureaucratische rompslomp rond het stichten van een gezin verschoond te blijven.

Hoewel ik Alex (of was het mijn eigen zelf?) bij tijd en wijle als zó moeilijk heb ervaren, dat ik weet hoe wanhoop smaakt, is dat huwelijk van ons geworden wat ik ervan heb gehoopt. Iets wat een soort taaie groeikracht in zich heeft, die zich voortdurend vernieuwt en mij helpt om de mens te worden die ik wil zijn. En een betrouwbaar middel tegen iets waar ik erg bang voor ben: sleur en verveling.

Tja, want hoe doet zij dat nou, mij al die tijd blijven boeien? Wat trekt mij zo in haar? Vergelijk het voor mijn part met de horizon, die er altijd in zal blijven slagen een landschap tussen zichzelf en de zwerver te laten bestaan. Zo ongeveer weet Alex mijn hartstochtelijke behoefte aan innigheid op gepaste afstand te houden, zonder echt onbereikbaar te zijn.
Er dringt zich nog een ander beeld aan me op: je hebt mensen (zoals ik er één ben), die je in de omgang kunt beleven als een bloemenweide. Je hoeft er maar doorheen te dartelen en je kunt zieleroerselen plukken bij armen vol tegelijk. Alexandra is eerder een mijn, waarin je lang en volhardend moet delven eer het goud van de intimiteit je tegemoet schijnt. En dan is bovendien soms onverwacht de ingang onvindbaar en ben je weer terug bij af.

 

"Sisyphus was een gelukkig mens." (Nelleke Noordervliet, Millemorti)

Behalve die waarheidsliefde en die geslotenheid -beslist medailles met twee kanten-, brengt Alex nog iets mee in onze relatie dat de duurzaamheid ervan zeer ten goede komt: de moed om zichzelf te zien in de spiegel die ik voor haar ben. En als dat even niet lukt, dan tenminste het lef om te zeggen dat ze het even niet op kan brengen.
Diezelfde moed heeft ze ook als het om ruzie tussen ons gaat: zij durft mij gerust uit te nodigen een stap in haar richting te doen door zelf eerst een stap te zetten.

Tjonge, wat klinkt dat allemaal gewichtig en serieus! Ik weet niet goed hoe dat anders moet: Alexandra is nu eenmaal een dame die het leven serieus neemt. Zelfs wel eens té serieus, wat mij er dan toe dwingt mijn eigen zwaartillendheid te laten varen; en dát is voor mij zeer heilzaam.

 

Is Alex dan helemaal niet lief en romantisch? Lief; het ligt eraan wat je daarmee bedoelt. Spontaan, hartelijk, scheutig met complimentjes, nee, dat is zij niet echt. Als het om aaibaarheid gaat, ja, dan wel. Aandachtsvol en geduldig? Zeker.
En romantisch; je zult het niet geloven, na alles wat ik tot nu toe over haar gezegd heb, maar romantiek speelt in onze verhouding een belangrijke rol. Ik moet wel zeggen, dat ik daarbij niet helemaal zeker ben over waar zij ophoudt en ik begin - als je begrijpt wat ik bedoel. De romantische herinneringen, die wij delen, betreffen altijd zozeer ons allebei, en het gevoel op dat moment een eenheid te zijn hoort daar zo sterk bij, dat meestal niet meer te achterhalen valt in welke hoek het vuur begon.

Stel het je maar voor: twee schuchtere eerstejaars Oude Talen, die eerst een jaar lang in stilte verliefd op elkaar zijn en het dan pas wagen om te zien of zij hun hooggestemde verlangens de realiteit van een 'relatie' in kunnen tillen. Voilà twee onverbeterlijke romantici, als je het mij vraagt.
Na een week vraagt zij hem of hij het komend weekend bij haar wil komen om haar haar te knippen, "dan kan ik een beetje aan je wennen." Romantiek, maar niet een romantisch cliché.
Nee, daarvoor moet je bij mij zijn: om een lang gekoesterde droom te verwerkelijken, haalde ik haar ertoe over om samen met mij naar Venetië en Florence te gaan. Half serieus liet ik haar weten, dat ik haar dan tijdens de onvermijdelijke gondelvaart ten huwelijk zou willen vragen. (Kluns!) "Nou, dan weet ik al wat ik ga zeggen: NEE." Dat was haar reactie, maar je had haar moeten horen, toen ik (Grote kluns!) het op 't moment suprême vergat......
En wat te denken van deze: toen zij mij voor de eerste keer 'en femme' zag, zei ze: "Ach, het past eigenlijk wel bij je. Ik denk dat ik er meer moeite mee zou hebben als ik je in driedelig grijs zou moeten zien."
Maar het toppunt van romantiek was voor mij de avond van 29 december 1988 in Siena. We waren op weg naar Griekenland voor de sinaasappeloogst. Het was mistig en koud, wij waren moe en hongerig en raakten min of meer verdwaald in een uithoek van de stad. Daar stuitten we op zo'n soort wasbekken, waar de vrouwen vroeger gezamenlijk de was deden. De bodem ervan was verlicht en er blonken honderden muntjes, die natuurlijk bedoeld waren om honderden wensen kracht bij te zetten. Wij (wie van de twee?) pakten een stukje van 50 lire en wierpen het in het water en wensten (maar wiens idee was dat?), dat we samen gelukkig oud zouden worden.


En daarnaartoe zijn wij nog altijd onderweg.