Hout

 

Hier, proef eens. Dit is misschien wel de mooiste alinea uit de Nederlandse litteratuur:

"Ja, en ik weet niet. Er schuilt meer in het hart van een linde, dan een bijl bloot maakt."
(Aart van der Leeuw, Miniaturen)

Als er íets is wat ik graag zou willen bereiken in dit leven, dan is het wel dat ik zou kunnen praten met de bomen. Want ik ben er heilig van overtuigd dat het mogelijk is en bovendien dat het -voor mij althans- erg heilzaam zou zijn.
Een paar jaar geleden, toen ik een winter lang alles wat ik maar te pakken kon krijgen over sjamanisme las, meende ik een vriendschap te moeten aanknopen met een mooie zilverlinde (Tilia tomentosa) bij ons in de buurt. Maar telkens als ik probeerde met haar in gesprek te komen, was het alsof ik mezelf in een holle, lege ruimte tegen mezelf hoorde praten. Ik was er na aan toe te gaan denken dat het mij niet gegeven zou zijn met bomen te communiceren (onvoldoende geloof? mijn verlangen niet echt genoeg?), toen ik er opeens achter kwam dat het aan haar lag en niet aan mij.
Dat was toen ik onlangs door het Vondelpark liep en ik voor een heel speciale onrust binnen mezelf geen andere uitweg zag dan mijn zorg toe te vertrouwen aan een reusachtige populier (Populus nigra). Vanaf dat moment droeg de boom die onrust en hij schijnt er veel minder last van te ondervinden dan ik. Nu hoef ik hem maar te zien om een heel authentiek gevoel van dankbaarheid te ervaren en te weten dat er tussen ons een band bestaat, tot de tijd één van ons beiden velt.

 

Begin januari 2004 is dat moment gekomen. Van de ene dag op de andere was mijn populier verdwenen. Ik heb daar echt verdriet van gehad; gelukkig waren de wortels er nog om afscheid van te nemen.
Ongeveer in dezelfde tijd, vanaf het moment dat mijn vrouwelijke kant ophield een bron van vrees voor mij te zijn, liet de zilverlinde vrij plotseling haar ontoegankelijkheid jegens mij varen. Als ik nu aan haar voorbij fiets, voel ik soms een woordeloze vreugde tintelen in de toppen van haar ontelbare twijgen, sprankelend de hemel in.

Of dat voor mij een reden is om sentimenteel te worden over bomen en hen allerlei menselijke gevoelens toe te dichten? Nee, misschien zelfs integendeel. Het zal bovendien schelen dat ik dat tegenover dieren ook niet heb: voor alles wat leeft onder de zon is er een tijd van komen en een tijd van gaan. Volgens mij kan een gezond respect voor dieren en voor planten heel goed samengaan met het eten van vlees en het hanteren van zaag en bijl.

Dit terwille van het evenwicht.....

Trouwens -maar dat weet bijna iedereen-: wat een bijl wél bloot maakt, kan ook behoorlijk indrukwekkend zijn. Dat heb ik eens gemerkt, toen ik samen met mijn broer Rini in Bagnac-sur-Célé bezig was een partij eikenhout te kloven voor het haardvuur. Het waren stukken stam van een meter, met een diameter van pakweg dertig centimeter. Wij sloegen daar telkens twee ijzeren wiggen in, om ze in tweeën en vervolgens in vieren te splijten.
Ik zal nooit vergeten hoe diep geraakt ik mij voelde, toen één van die blokken hout voor mijn voeten openviel en mij toonde hoe gebocheld het kernhout was, terwijl daar aan de buitenkant niets, maar dan ook niets meer van te zien was. Die boom had het niet makkelijk gehad in zijn jeugd, zoveel was wel duidelijk. Maar toen eenmaal het tij ten gunste was gekeerd, had hij zijn groeikracht er op gericht om geleidelijk aan, met iedere jaarring een beetje meer, te worden wat hij wilde zijn: "droit comme un chêne".


Wat mij daarin zo trof, was dat het een volmaakt beeld is van de mogelijkheden en onmogelijkheden van een mensenleven; in elk geval heel sterk van het mijne. En dat is tegelijk bemoedigend en ontnuchterend: "alles sal reg kom", maar het kost wel tijd en wat krom is geweest kun je (voor jezelf tenminste) nooit ontkennen, want je draagt het in je binnenste mee, voor altijd.

Tja, en dan is er op een bepaald moment niet meer de boom, maar nog wel het hout. Dan is de liefde wat mij betreft geenszins voorbij.
Heb je wel eens de warmte genoten van een houtvuur en je bedacht, dat wat je op dat moment toestraalt niets anders is dan de zorgvuldig bewaarde gloed van de zon van jaren geleden? En niet te vergeten de regen die toen viel, en wat de mensen en dieren lang geleden uitademden?
Lag je voor die open haard wellicht ook languit op een houten vloer? Zodat je kon voelen dat hout niet dood is, maar langzaam-levend, altijd bereid zijn warmte met jou te delen?
Of heb je wel eens die heerlijke terpentijnlucht geroken, die vrijkomt als je naaldhout zaagt, ongeacht hoe lang geleden de boom gekapt is?
Nee? Maar dan heb je toch wel eens de warmte gehoord in de klank van een viool? 't Is het hout van een spar, traag gegroeid op een kille noordhelling, speciaal voor dit doel uitgekozen en gekapt. Geofferd, zou ik bijna zeggen.
Ook niet? Proef dan in een goede Bordeaux de herinneringen van een eik uit het Forêt de Tronçais, die werd geveld om dat kostbare vat te maken, waarin de wijn mocht rijpen.

Nog meer? Nee, nu stop ik. Dit moet genoeg zijn.